Home • Kennis • Bijenproducten • Lectuur • Imkers • Dieren • Contact

Propolis

Stuifmeel

Oogsten

Disclaimer

Verzamelen en gereedmaken van propolis door bijen en imkers.

Om stukjes balsem van populierenknoppen af te breken gebruiken de bijen hun achterpoten en monddelen. De stukjes balsem worden gekauwd en bevochtigd met speeksel, daarna worden er met de kaken klompjes van gekneed. Met behulp van de poten brengen de bijen de klompjes van de kaken via de tibia (dijbeen) naar de stuifmeelkorfjes. Terwijl de bij reeds nieuwe stukjes balsem afknabbelt worden ondertussen klompjes balsem in de stuifmeelkorfjes afgeleverd (kruiselings pootjeswerk).

Het ingewikkelde werk met de pootjes is geïllustreerd door Waltraud Meyer (1956) in Bee World. De heer Meyer gaf ook een goede beschrijving van zijn waarnemingen.

De bijen manipuleren de propolis bijzonder handig. Ofschoon het materiaal nogal kleverig is kunnen ze het gemakkelijk bewerken en overbrengen. Het is mogelijk dat tijdens het verzamelen en kauwen van balsem uit klieren nieuwe stoffen aan het speeksel worden toegevoegd om in de eerste plaats de bewerking mogelijk te maken, maar ook om de kwaliteit te verbeteren.

Men kan er denk ik van uitgaan dat deze bewerking het overgangsstadium is van balsem naar propolis.

Als de balsem nog zacht is, trekken de bijen er draden van. Bij een knop met balsem aangekomen zoekt de bij eerst het beste (geurigste) plekje op en pakt dan met opgeheven kop de balsem tussen de kaken en trekt er een draad van die ze afbreekt. Daarna neemt ze de balsem over met de middelste poten, maakt er een klompje van en brengt het dan in een stuifmeelkorfje van de achterste poten.

Deze werkzaamheden worden zo lang herhaald totdat de hoeveelheid propolis aan de achterpoten voldoende is. Het verzamelen van voldoende propolis kan lang duren en volgens Waltraud Meyer vliegt de verzamelende bij met tussenpozen van vijf minuten tot een uur terug naar het bijennest. Maar ze komt weer terug om de beide klompjes vol te maken. Waarschijnlijk gaat ze naar het nest om voedsel te krijgen. Er kunnen ook andere redenen zijn. Deze vluchten naar het nest duren 15 á 20 minuten. Als de bij voldoende propolis heeft, moet ze de lading aan het volk afleveren. Daar wordt meestal geen haast mee gemaakt. Vaak moet de bij uren (en er is zelfs vastgesteld twee dagen) wachten tot het vrachtje wordt afgenomen. Ze kan dit werk niet alleen verrichten omdat de substantie blijkbaar te taai en te kleverig is geworden. De bijen die de propolis afnemen, gebruiken de propolis onmiddellijk om er celwanden midden in het nest mee te poetsen of om de propolis als voorraad op te slaan. Waargenomen is ook dat de bijen die propolis halen ‑ dit zijn de oudste bijen ‑ ook met propolis bezig zijn in het nest. De bijen die propolis van de haalbijen afnemen, trekken deze er met de kaken af op dezelfde manier als propolis van knoppen wordt verwijderd. Als er grote behoefte is aan propolis dan kan men ook zien dat de haalster die op de vliegplank aan komt direct van haar lading ontdaan wordt. De haalster zet zich schrap en verschillende bijen trekken de propolis van haar achterpoten. Ze trekken zo hard dat de haalbij af en toe van haar plaats wordt verschoven. Hogere temperaturen maken het verzamelen van propolis gemakkelijker. In de middaguren, van 12 tot 3 uur, wordt de meeste propolis gehaald. Toch heb ik wel eens gezien dat er in september,‑bij ± 15<C nog propolis werd verzameld van een reisraam dat naast een bijenvolk stond. Net als bij het halen van stuifmeel zal de behoefte van het volk meespreken.

Er is een proef bekend van bijen die tegen de avond met propolis thuiskomen. Die bijen werden gemerkt en ze bleken de volgende morgen niet uit te vliegen. Ze bleven op de vliegplank zitten alsof ze zich in de zon probeerden te verwarmen. In de middag gingen ze weer aan het werk, nadat ze door andere collega's van hun propolis waren bevrijd.

De imker die propolis wil winnen moet in de eerste plaats proberen z'n bijen te stimuleren om wat meer van de substantie op bereikbare plaatsen te brengen. Dat kan bijv. door met enige ruimte (6mm), een reisraam van stevig gaas met een maaswijdte van 1.5 tot 2.5 mm boven de toplatten te leggen. De maaswijdte van 1.5 mm geeft meer propolis en weinig was. De ruimte van 2.5 mm geeft meer was en minder propolis. Twee mm is voor zover we nu weten de beste maat. Ook kan men op de toplatten een stuk plastic vliegengaas leggen. Zodra dit op de plaatsen tussen de toplatten is volgekit, wordt het stuk vliegengaas zover verschoven dat de dichtgekitte plekken op de toplatten komen te liggen zodat de bijen weer verder kunnen. Het reisraam wordt schoongemaakt zodra de temperatuur wat lager wordt. Propolis wordt dan hard en brokkelig en men kan gemakkelijk met raampjeslichter of schraper over het raam schrapen waardoor de propolis door het raam naar beneden valt en op een stuk papier kan worden opgevangen. Het losse stuk gaas kan al eerder bewerkt worden door het een dag in de vrieskast te leggen en dan boven een stuk papier op te rollen.

Verder kunnen tegen de winter natuurlijk de opgeborgen ramen afgekrabd worden en dat is een flink karwei. Een engelse imker heeft het lumineuze idee gehad om groeven aan de binnenzijde van de kast te maken van 0.5 x 0.5 cm. Hij maakte ze in een plank die aan de buitenzijde losgemaakt kan worden aan de zijde van de kast die aan de noord­- tot oostkant ligt. De bijen schijnen aan deze kant de voorkeur te geven. Zodra er flink wat propolis in de groeven zit kunnen ze met een schaafje van 0.5 cm schoongemaakt worden. Er zijn ook rechthoekige plastic plaatjes in de handel verkrijgbaar met gleufjes die met propolis worden gevuld.

De kwaliteit van propolis wordt op het eerste gezicht beoordeeld naar geur, kleur en structuur. Het percentage zuivere propolis is afhankelijk van de wassoorten die zich er in bevinden. Bij het schoonmaakprocédé worden de wassen verwijderd. In ruwe propolis zit niet meer propolis, (dat in 70% alcohol oplosbaar is), dan 30%. Het is niet alleen de dierlijke bijenenwas, maar er zitten ook drie verschillende soorten plantaardige wassen in propolis. Verder is het noodzakelijk dat de nodige vluchtige oliën in propolis aanwezig zijn. Die verdwijnen gedeeltelijk als propolis bij de verwerking wordt verwarmd. Dit mag dus vooral niet gebeuren. De houdbaarheid van propolis hoeft geen zorgen te geven. Ze blijft jarenlang, misschien wel tientallen jaren lang in goede conditie. Kwaliteitspropolis zal zich na enige tijd sterk gaan verharden. Het wordt door een glimmende laag omgeven en de klomp wordt zo hard dat het alleen nog door zagen en door het bewerken met een beitel tot brokjes verkleind kan worden. In een glazen pot is het er niet meer uit te krijgen zonder de pot stuk te slaan. Toch gaat de kwaliteit van propolis de eerste weken na het verzamelen wat achteruit. Doordat het dan nog uit schilfertjes bestaat, ontsnappen waarschijnlijk wat vluchtige stoffen. Propolis moet dus bewaard worden in goed luchtdicht af te sluiten potten, of in een goede luchtdichte plasticzak. Propolis dient beschermd te worden tegen licht en warmte en dient, als het kan, bewaard te worden in een vrieskast.

Veel Imkers hebben last van propoliseczeem of imkerdermatitis, zich manifesterend in de vorm van rode randjes langs de binnenkant van de vingers die behoorlijk kunnen jeuken. Deze imkers dragen vaak handschoenen tijdens het behandelen van hun bijen, maar het is mogelijk deze kwaal te verhelpen door de handen met een zeer verdunde waterige oplossing van propolis regelmatig in te smeren of er in onder te dompelen. Daardoor vormen zich in het weefsel stoffen die de verve­lende reactie op propolis kunnen tegenhouden. De jeuk die de aandoening veroorzaakt kan worden weggenomen door de handen te betten met een mengsel van 1 deel huishoud­ammoniak en 3 delen glycerine.